Vondsten uit 't Rooth (bron: het Keienboek, van der Lijn)
Excursie verslag groeve ’t Rooth 2002
13 april 2002
Reisverslag Hemelvaartexcursie Tsjechië 2005
21 mei 2005
Laat alles zien

Vivianiet uit Drenthe

Vivianiet op ijzeroer

Vivianiet

De meeste mensen denken dat er in Nederland niet veel interessante mineralen zijn te vinden; op Coelestien uit Winterswijk en wat materiaal uit Limburg na is het armoede troef.
Toch kan er zelfs in Drenthe nog wel eens wat bijzonders gevonden worden.

Een tijdje terug werd ik gebeld door iemand uit Nieuw Weerdinge die vertelde dat tijdens het diepploegen van het land blauw gekleurde brokken steenachtig materiaal naar boven gekomen waren.
De vraag was natuurlijk wat dat wel niet wezen kon.
Daar was ik zelf ook wel benieuwd naar, daarom hebben we afgesproken dat we dat nader zouden bekijken op de volgende kringavond

Het bleek om een diepblauw kruimelachtig mineraal te gaan dat als een korst op een ijzeroer afzetting zit.

Vivianiet op ijzeroer

Vivianiet op ijzeroer

Een aantal van de aanwezige kring leden kende het materiaal: het is Vivianiet Fe3[PO4]2.8H2O een gehydrateerde ijzer-fosfaat.

Vivianiet kan dicht bij de aardoppervlak ontstaan in zuurstofarme omstandigheden. Circulerend fosfaatrijk water tast mineralen aan (in de ijzeroer) die tweewaardig ijzer bevatten. Na verdamping van het water worden vivianiet kristallen gevormd.

Zo gauw vivianiet aan de buitenlucht en zonlicht wordt blootgesteld oxideert het ijzer van tweewaardig naar driewaardig waardoor de het materiaal verkleurt van lichtblauw via donkerblauw naar zwart. Omdat het bovendien om erg kruimelachtig materiaal gaat is het niet echt vitrine materiaal.

Aanvulling

Op 31 oktober 2002 stuurt dhr L. Wolf mij de volgende informatie toe over een vondst in Groningen:

Ik kan u mededelen dat wij afgelopen week in de Tusschenklappenpolder bij Zuidbroek, bij ontgravingen aan een gaspijpleiding ook dit mineraal tegenkwamen.
Het lag in een laag op ongeveer 60 cm diepte. Breedte van de laag ongeveer een meter, dikte ongeveer 30 tot 40 cm.
De reactie bij blootstelling aan lucht was een opwarming van het materiaal gevolgd door vrij snel verkleuren van de witte substantie tot lichtblauw en daarna naar diep blauw.
De lengte van de laag hebben we niet kunnen meten omdat de opgraving begrensd was door bronneringspijpen en het voor ons ook niet zinvol was verder te graven.

L. Wolf