vulkaan
Lezing over vulkanisme, 10 maart
1 maart 2019
Vogezen en het Zwarte woud
Kringavond 15 maart
2 maart 2019
Laat alles zien

Schatkamer op de grens van land en water

Op de foto Jan Willem Oudhof, Marja Braaksma en ik op de Markermeerdijk t.o. het Kinselmeer, zuidelijk van Uitdam.

Op de foto Jan Willem Oudhof, Marja Braaksma en ik op de Markermeerdijk t.o. het Kinselmeer, zuidelijk van Uitdam.

Harry Huisman en Marja Braaksma hebben zeker drie maanden over 33 kilometer dijk tussen Hoorn en Durgerdam gelopen. Niet als toerist (,,al was het wel indrukwekkend mooi!”) maar vooral met de blik naar beneden gericht. Naar de dijk en in het bijzonder alle natuursteen dat daar al eeuwen ligt.
Hij, stenenkenner vanuit passie, die het keiharde verleden in beeld heeft gebracht. Zij, als onmisbare assistente die alle opmerkingen noteerde en de stenen fotografeerde. Beiden lyrisch over Pyterliet, Rapakivi’s en niet te vergeten het wonderschone Jungfrungraniet. Ze komen beiden uit Drenthe, en vooral hij weet door zijn passie en betrokkenheid bij het Hunebed-centrum in Borger verbazend veel over bijna elke steen te vertellen.
Hun eigen partners weten dat ze deze twee met een gerust hart los kunnen laten op de dijk. Want het gaat om keien, hier ligt een zwaarwichtig verleden. Met soms verrassende wendingen. ,,Een leek ziet het natuurlijk niet, maar langs deze dijk tref je stenencollecties die uitzonderlijk mooi zijn”, weet Huisman. ,,Juweeltjes. Als je weet wat je zoekt.”

Zwerfsteenonderzoek was door de sterke begroeiing tijdrovend. We gingen begin juni van start langs de Westerdijk in het centrum van Hoorn.
Zwerfsteenonderzoek was door de sterke begroeiing tijdrovend. We gingen begin juni van start langs de Westerdijk in het centrum van Hoorn.

Archeologie

Zij hebben hun omvangrijke inventarisatie afgerond op verzoek van de Alliantie Markmeerdijken. Die gaat, in opdracht van het Rijk, de Markermeerdijken verstevigen. Voor archeoloog Jan Willem Oudhof, verbonden aan de alliantie, is dat een buitenkans om nu waar mogelijk alles te verzamelen over de dijk en de historie. ,,Er is al archeologisch onderzoek gedaan op meerdere plekken”, vertelt hij. ,,We weten redelijk wat over het verleden en over het moment waarop die stenen bekleding voor de dijken in zwang kwam. Maar over de stenen zelf en waar ze precies vandaan komen, weten we eigenlijk niet zoveel.” Dat verklaart waarom twee bevlogen stenenliefhebbers als wandelende senioren op gezette tijden de steenbekleding van de dijk bewonderen.

Drentse zwerfkeien uit het Hondsruggebied op de Markermeerdijk bij Scharwoude. De roodachtige stenen zijn merendeels rapakivigranieten. Tussen de stenen kwamen ringslangen voor.
Drentse zwerfkeien uit het Hondsruggebied op de Markermeerdijk bij Scharwoude. De roodachtige stenen zijn merendeels rapakivigranieten. Tussen de stenen kwamen ringslangen voor.

Stenencollectie

Buitenstaanders hebben het vooral over Noordse stenen die de dijk tegen de golfslag moeten beschermen. Harry heeft een andere woordenschat, om de stenencollecties te kunnen benoemen. Er zijn honderden verschillende steensoorten beschreven. ,,Iedereen wist wel dat het vooral graniet was, maar niet de ondersoorten’, vertelt hij. ,,Oké, je kan domweg niet alle stenen afzonderlijk bekijken. Voor zover ze trouwens niet onder plantengroei zijn verstopt. Maar ik herken wel meteen de bijzondere exemplaren. En daar word je dan hebberig van, haha. We waren bang dat we iets over het hoofd zouden zien, daarom was er ook veel tijd nodig.

Eeuwenlange blootstelling aan weer, wind en zout water doet de stenen geen goed. Korstmossen weten er wel raad mee. Ze waren soms hinderlijk aanwezig. Allemaal Drentse stenen uit het Hondsruggebied.
Eeuwenlange blootstelling aan weer, wind en zout water doet de stenen geen goed. Korstmossen weten er wel raad mee. Ze waren soms hinderlijk aanwezig. Allemaal Drentse stenen uit het Hondsruggebied.

Drenthe

Waarvandaan de keien komen? ,,Uit Drenthe”, is het resolute antwoord. ,,Dat kan ik weer herleiden aan de steensoorten die zijn gebruikt. Die tref je vooral rondom de Hondsrug en Midden-Drenthe. Het werd nog een lucratieve handel ook: de mensen hebben daarom complete hunebedden geplunderd en soms opgeblazen met springstof.” Harry constateert dat vooral het noordelijk deel van de dijk, globaal tussen Hoorn en Etersheim, met aanvoer vanuit Drenthe is bekleed. ,,Bij Etersheim vinden we lichtkleurige zandsteen, waarin je zelfs de fossiele graafsporen van honderden miljoenen jaren oude zeebodem organismen nog kan herkennen. Die Drentse keien gingen met scheepsladingen tegelijk deze kant op.” Maar al redelijk snel droogt de Drentse aanvoer op.

In de dijk bij Oosthuizen waren behalve zwerfkeien ook massa's basalt, Doornikse kalksteen uit België, Quenastporfier, ook uit België in de dijkhelling verwerkt. Bij het gemaal Warder kwamen we zelfs drie eeuwenoude hardstenen grafplaten in de dijkhelling tegen.
In de dijk bij Oosthuizen waren behalve zwerfkeien ook massa’s basalt, Doornikse kalksteen uit België, Quenastporfier, ook uit België in de dijkhelling verwerkt. Bij het gemaal Warder kwamen we zelfs drie eeuwenoude hardstenen grafplaten in de dijkhelling tegen.

Import

Daarna moeten de dijkenbouwers van drie eeuwen terug de blik naar andere gebieden richten voor de aanvoer van (zwerf)keien. ,,Hoe zuidelijker je komt, hoe meer je de import herkent.” Het bijzondere is dat Harry moeiteloos de scheepsladingen of handelspartijen kan herkennen, gezien de herkomst.

Bij Etersheim waren over een lengte van vele kilometers in hoofdzaak Drentse keien verwerkt. Hier vonden we ook duidelijke aanwijzingen dat een deel van de keien van het Ellertsveld afkomstig moeten zijn. Deze werden langs het Oranjekanaal en in later jaren bij Schoonoord op schepen geladen en over de Drentse Hoofdvaart via Meppel en Zwartsluis over de Zuiderzee naar de dijk in Noord-Holland vervoerd.
Bij Etersheim waren over een lengte van vele kilometers in hoofdzaak Drentse keien verwerkt. Hier vonden we ook duidelijke aanwijzingen dat een deel van de keien van het Ellertsveld afkomstig moeten zijn. Deze werden langs het Oranjekanaal en in later jaren bij Schoonoord op schepen geladen en over de Drentse Hoofdvaart via Meppel en Zwartsluis over de Zuiderzee naar de dijk in Noord-Holland vervoerd.

Grijs granietporfier uit Finland, granietsoorten uit Zweden en uit Noorwegen. Waarmee de twee vooral willen aangeven dat de Markermeerdijken in feite een unieke geologische staalkaart van de wereldbol is, over 33 strekkende kilometers. Ooit neergelegd in de strijd tegen het water, maar in feite al miljarden jaren onderdeel van de planeet. De twee Drentse liefhebbers/kenners hebben dat alles tot in detail beschreven. Zodat de alliantie weet hoe groot de variatie aan stenencollecties is die er tussen de kruin en de waterlijn van de waterkering liggen. Voor hen is de dijk onbetwist een geologische schatkamer.

Zuidelijk van Uitdam bestond de bekleding onder meer uit grote zwerfkeien die men uit Polen, Duitsland en Denemarken gehaald heeft.
Zuidelijk van Uitdam bestond de bekleding onder meer uit grote zwerfkeien die men uit Polen, Duitsland en Denemarken gehaald heeft.

Gepubliceerd in het Noordhollands Dagblad van 9 februari j.l.