Gea kring Drenthe logo

GEA Kring Drenthe
Secretariaat:
J.F. Otten
Iepenlaan 13
9401 LS Assen
tel: 0592-353229
e-mail: secretaris@gea-drenthe.nl
internet: https://gea-drenthe.nl
facebook: https://www.facebook.com/GEA.Drenthe
foto’s: https://www.flickr.com/photos/gea-drenthe/
Rekeningnr. NL08INGB0003452494

 


Gea Drenthe

Nieuwsbrief april 2018

 

Kringavond 13 april 2018

We nodigen jullie uit voor een kringavond in het Hunebedcentrum in Borger waar Hendrik Zijlstra een lezing zal geven over de Azoren.

Caldera Sete Cidades, São Miguel, Azoren

Caldera Sete Cidades, São Miguel, Azoren

De Azoren door Hendrik Zijlstra

De Azoren zijn bekend vanwege het hoge drukgebied dat doorgaans in de buurt van deze eilandengroep ligt. Het zorgt samen met het lage drukgebied bij IJsland voor onze overheersende westenwinden.
Toen we besloten een reis naar deze eilanden te maken, bleek er ook geologisch en vulkanologisch van alles aan de hand te zijn.
Prachtige vulkanen beheersen het beeld op het eiland Sao Miguel. In één vulkaan blijken ook nog bijzondere, maar wel kleine mineralen voor te komen. Bovendien is het een prachtig eiland met walvissen in de buurt. Het zou jammer zijn daar helemaal niets van te laten zien.

Hendrik Zijlstra

Uit Wikipedia

Kaart van de Azoren

Kaart van de Azoren

De Azoren vormen een archipel in de Atlantische Oceaan op een afstand van 1370 km van het Iberisch Schiereiland en op circa 2341 km van het Amerikaanse vasteland (1934 km naar het eiland Newfoundland, behorend tot het Amerikaanse continent). Deze archipel bestaat uit negen bewoonde eilanden en acht onbewoonde eilandjes (samen de Formigas Bank genoemd) die samen een autonome regio van de republiek Portugal uitmaken en aldus deel uitmaken van de Europese Unie. De Azoren hebben een totale oppervlakte van 2247 km² en tellen ca. 250 000 inwoners. Het nationale parlement zetelt in Horta op Faial. De grootste stad, Ponta Delgada, ligt op het oostelijke eiland São Miguel.

De negen eilanden van de Azoren zijn allen van vulkanische oorsprong. De hoogste vulkaan is de Pico op het gelijknamige eiland, die 2351 meter hoog is, en daarmee de hoogste piek van heel Portugal. De meest westelijke eilanden, Flores en Corvo, liggen circa 500 km van het zuidoostelijkste, Santa Maria, verwijderd.

Locatie kringavond

Let op: vanaf februari 2018 is onze kringavondlocatie gewijzigd.

  • De kringavonden worden gehouden in de kantine van het Kenniscentrum van het Hunedbedcentrum
    Bronnegerstraat 12, Borger
  • Zaal open vanaf 19:30

Het grote bezoekersparkeerterrein van het hunebedcentrum ligt aan de Hunebedstraat, maar voor de sprekers, mensen die veel mee te nemen hebben en mensen die moeilijk ter been zijn is een parkeerterrein van beperkte omvang beschikbaar aan de Bronnegerstraat 12.
Dit laatste parkeerterrein ligt direct achter het kenniscentrum waar de kringavond plaatsvindt.

Doordat er op het moment verbouwingen gaande zijn bij het Hunebedcentrum, is het voorlopig beter om de auto’s te parkeren aan de Bronnegerstraatkant. De ruimte is hier wel beperkt; hou hier rekening mee.

Zie ook de pagina https://gea-drenthe.nl/wie-zijn-we/locatie voor een kaart van de locatie van het Hunebedcentrum.


Excursie Hohen-Limburg op 15 april

Excursie naar Hohenlimburg

Excursie naar Hohenlimburg

Beste GEA leden,
Op 15 april gaan we weer naar de groeve Hohen-Limburg.
Wie mee wil moet zich voor 31 maart opgeven.
Denk erom er kunnen maar 30 personen mee.
Wie het eerst komt die het eerst maalt.
Nadere gegevens volgen
Tot 15 april.

Opgave bij de excursiecommissie: excursie@gea-drenthe.nl

Excursiecommissie

Fotoalbum Hohenlimburg 2017

Een impressie in foto’s van onze laatste bezoek aan de groeve Hohenlimburg in april 2017.
Klik op de foto’s om ze te vergroten of ga rechtstreeks naar het album Hohenlimburg 2017 op onze Gea Flickr fotosite

Gea kids mineralen- en fossielenbeurs op 22 april

Lieve Gea-kids en ouders en grootouders,

Zondag 18 maart waren we door de barre weersomstandigheden genoodzaakt de zoekdag in de Piesberg te annuleren. Gelukkig kregen we veel begrip.
We gaan een nieuwe poging doen in oktober, hopelijk gaat het dan goed.

Om toch nog iets te doen voor de kinderen dit voorjaar hebben we het plan opgevat een mineralen- en fossielenbeurs voor de kinderen te organiseren op 22 april a.s.

Wat gaat er gebeuren?

Je kunt je mineralen en fossielen laten determineren. Je kunt dan proefjes doen om erachter te komen wat het is. Neem dus je stenen mee!

Ron Teunissen komt, hij gaat ons alles laten zien over UV licht, daarvan gaan sommige stenen oplichten in de mooiste kleuren. Neem zelf ook stenen mee dan kun je zien of jouw stenen dat ook doen .

Marinus Boerrigter gaat alles laten zien over zand. Hij neemt zijn zandmicroscoop mee en je zult zien dat zand er dan heel anders uitziet.

Koos neemt zijn microscoop mee en laat dan mooie kristallen vergroot zien via de computer.

Natuurlijk liggen er mineralen en fossielen om mee te nemen zodat je je verzameling kunt aanvullen.

Misschien heb je wel stenen over, neem ze dan mee zodat je misschien kunt ruilen met andere kinderen.

We denken dat het een heel gezellige en ongedwongen middag gaat worden. We beginnen om 13.30 uur en denken tot ongeveer 16.00 uur door te gaan. Zoals gewoonlijk is het in de Granietzaal in het kenniscentrum van het Hunebedcentrum.

Laat even weten of je komt zodat wij ons goed kunnen voorbereiden.

Graag zo snel mogelijk opgeven.

We verheugen ons op je komst!

Koos en Jannette Tap

Aanmelden:

h.tap@home.nl

Waar:

Kenniscentrum van het Hunebedcentrum,
Bronnegerstraat 12, Borger

Wanneer:

22 april van 13:30 tot 16:00


Agenda komende periode

programma

Datum Activiteit
13 april 2018 Kringavond met lezing van Hendrik Zijlstra over de Azoren
Locatie: Kenniscentrum van het Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, Borger
15 april 2018 Excursie naar Hohen-Limburg
22 april 2018 Gea kids mineralen- en fossielenbeurs
13:30 tot 16:00
Locatie: Kenniscentrum van het Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, Borger
10 mei 2018 Hemelvaart excursie naar Sachsen-Anhalt
18 mei 2018 Kringavond met lezing door Kees Mak – Mineralen van het Kinzigtal in Baden-Wurtemberg
Locatie: Kenniscentrum van het Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, Borger
5 augustus 2018 Oertijdmarkt Borger
5 augustus 2018 tijd: 11:00 – 17:00
Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, 9531 TG in Borger
14 september 2018 Gea kringavond
19 oktober 2018 Gea kringavond
16 november 2018 Gea kringavond
14 december 2018 Gea kringavond
18 januari 2019 Gea jaarvergadering
15 februari 2019 Gea kringavond
15 maart 2019 Gea kringavond
19 april 2019 Gea kringavond
17 mei 2019 Gea kringavond

Zie voor de meest up-to-date agenda: https://gea-drenthe.nl/agenda


Kort overig nieuws

  • Op 7 april 2018 vindt de contactdag van het NGV & Gea plaats in het Koningsbergergebouw van de UU, Budapestlaan 4b, Uithof-Utrecht, Cosmos zaal
    Meer informatie in de  Gea Drenthe nieuwsbrief maart 2018
  • Zondag 15 april– Hunebedden in Funen/Seeland, een lezing in het Hunebedcentrum in Borger
    Tijd: 13.00 – 15.00 uur
    Entreeprijs: 5 euro (inclusief een kop koffie/thee)
    Meer informatie in de Gea Drenthe nieuwsbrief december 2017

Geologie van een bouwput

door Harry Huisman

Het zal veel mensen niet ontgaan zijn dat de verbouwingswerkzaamheden in het Hunebedcentrum van start zijn gegaan. De oude ingang is inmiddels afgebroken. Deze heeft plaatsgemaakt voor een circa 2 meter diepe bouwput. Hier krijgt over enige tijd de nieuwe ingangspartij zijn vorm.

Het Hunebedcentrum in Borger ligt op het zuidoostelijke puntje van de voormalige Noordesch

Het Hunebedcentrum in Borger ligt op het zuidoostelijke puntje van de voormalige Noordesch

Waar een blik uit het raam in het restaurant niet toe kan leiden. Vanuit het raam was te zien dat zich in de wanden van de bouwput bovenaan een scherp afgegrensde pikzwarte laag aftekende. Als je een beetje bekend bent met het cultuurlandschap in Drenthe dan weet je dat rond de oude dorpen bouwlanden liggen die we kennen als essen. Deze dateren uit de Middeleeuwen. Karakteristiek voor Drentse essen is dat ze vaak een enigszins bol profiel hebben en volkomen vrij van bebouwing waren. Essen lagen meestal op goed ontwaterde en ook goed bewerkbare gronden. In Oost-Drenthe liggen de dorpen als snoeren achter elkaar, met name op de flanken van de zandruggen. Deze ligging garandeerde boeren een goed bewerkbare grond met in het groeiseizoen aanvoer van bodemvocht en voedende bestanddelen van hogerop.

Overzicht van de bouwput van de nieuwe ingang

Overzicht van de bouwput van de nieuwe ingang

Deze ideale situatie vind je niet overal. De topografie van het Oost Drentse zandruggenlandschap is oorzaak dat de meeste dorpen daar een noordes en een zuides hebben. Ooster- en westeressen ontbreken veelal omdat de smalle zandruggen aan weerszijden begrensd worden door natte/moerassige beekdalen. Alleen waar de zandruggen breder waren, zoals op de zuidelijke Hondsrug, vind je hier en daar bij de dorpen ook een ooster- en/of een westeres.

Ook Borger en het nabijgelegen Buinen hadden een noord- en zuides. Het Hunebedcentrum in Borger ligt op het enigszins oostelijk gelegen deel in het zuiden van de Noordesch. Om ‘eeuwige roggebouw’ mogelijk te maken moest men de esgronden bemesten. Zandgrond bevat van nature weinig voedende bestanddelen en houdt plantenvoedsel ook slecht vast. Hier komt bij dat zandgrond droogtegevoelig is. Zeker vanaf de Middeleeuwen paste men potstalbemesting toe. Schapen- en koemest, vermengd met heide- en veenplaggen werd vanuit de potstal op de esakkers uitgereden. De humeuze bestanddelen in de mest zorgden ervoor dat het zand meer vocht vast kon houden. Rogge was bij uitstek het graangewas dat op de betrekkelijk schrale Drentse zandgrond nog een goede oogst toeliet.

Het zwarte esdek ligt met een scherpe overgang op roodbruin geoxideerde keileem uit de Saale-ijstijd

Het zwarte esdek ligt met een scherpe overgang op roodbruin geoxideerde keileem uit de Saale-ijstijd

Deze eeuwenlange bemestingsmethode is oorzaak dat de essen in de loop van de tijd een dik zwart esdek kregen, dat bij het Hunebedcentrum een dikte bereikt tussen 60 en 70cm. Het was deze gitzwarte laag die in de wand van de bouwput de aandacht trok. Het esdek ligt met een scherpe overgang op ongestoorde minerale ondergrond. Deze ondergrond is bijzonder van opbouw.

Afzettingen uit drie ijstijden

In de bouwput waren in drie windrichtingen profielwanden ontsloten. De dikte van het esdek varieert enigszins. De afzettingen daaronder stammen uit drie verschillende ijstijden. Enigszins verrassend is dat het dekzand uit de laatste ijstijd (Weichselien) geen doorlopende afzetting vormt. Ook de daaronder gelegen keileemafzetting uit de Saale-ijstijd geeft een rommelig beeld. Op enkele plaatsen ontbreekt deze zelfs. Wat opvalt is dat het dekzand onregelmatige pockets en zakvormige uitstulpingen vormt die in de onderliggende keileem zijn gedrongen.

In de westwand van de bouwput is onder het esdek gecryoturbeerd roodbruine Saale-keileem aanwezig. Deze vormen zakken en pockets in het onderliggende door ijsdruk scheefgestelde Peelozand

In de westwand van de bouwput is onder het esdek gecryoturbeerd roodbruine Saale-keileem aanwezig. Deze vormen zakken en pockets in het onderliggende door ijsdruk scheefgestelde Peelozand

Duidelijk is dat een deel van de oorspronkelijke keileemafzetting door erosie verdwenen is en ook dat de afzettingen van dekzand en keileem door cryoturbatie in de laatste ijstijd verstoord zijn geraakt. Een deel van de dekzandafzetting en wellicht ook delen van de keileem zullen in de loop van de tijd door aanploegen in het esdek zijn opgenomen. Dat het dekzand een geringe dikte heeft gehad en wellicht hier en daar ook heeft ontbroken, blijkt wel uit de talrijke kleine zwerfsteentjes die in het esdek aanwezig zijn. Deze zijn afkomstig uit het laagje keizand dat zich tussen keileem en dekzand bevond. Door aanploegen zijn keizand en stenen destijds in de bouwvoor opgenomen.

In het esdek zijn kleine zwerfsteentjes aanwezig. Deze zijn door verploegen uit het voormalige aanwezig keizand opgenomen. Keizand is een toplaagje van grof zand en stenen tussen keileem en dekzand dat in het koude deel van de laatste ijstijd door erosie is ontstaan.

In het esdek zijn kleine zwerfsteentjes aanwezig. Deze zijn door verploegen uit het voormalige aanwezig keizand opgenomen. Keizand is een toplaagje van grof zand en stenen tussen keileem en dekzand dat in het koude deel van de laatste ijstijd door erosie is ontstaan.

De keileem vormt geen doorlopende laag. Op enkele plaatsen rust het esdek direct op scheefgestelde zanden. Deze scheefstelling is duidelijk het gevolg van stuwing door ijs in de Saale-ijstijd. In de westwand bleek ook duidelijk dat verstoring door cryoturbatie tot in het onderliggende gestuwde zandpakket heeft doorgewerkt. In de tegenoverliggende oostelijke profielwand zijn keileem en onderliggend zand eveneens cryoturbaat verstoord, maar is de keileemlaag hier duidelijk dikker. Keileem vormt hier een doorlopende, zij het wisselend dikke laag.

In de roestbruin geoxideerde keileem is een grillig patroon van lichter gekleurd materiaal zichtbaar. Het zijn de sporen van vroegere boomwortels.

In de roestbruin geoxideerde keileem is een grillig patroon van lichter gekleurd materiaal zichtbaar. Het zijn de sporen van vroegere boomwortels.

In de roestbruine keileem zijn overal grillig verlopende verkleuringen zichtbaar. Afmeting, verkleuring en verloop maken duidelijk dat we hier te maken hebben met boomwortelpatronen. Vaak zien we dat waar boomwortels aanwezig waren de keileem ter plaatse niet geoxideerd maar gereduceerd is. Dat zal hier ook het geval zijn geweest.

Het onderliggende gestuwde zandpakket bestaat uit fijnkorrelig leemhoudend gelaagd zand. Hoogstwaarschijnlijk hebben we hier met een afzetting uit de Formatie van Peelo te maken. Het zand dateert hoogstwaarschijnlijk uit de Elster-ijstijd. De meer leemhoudende laagjes zijn bovenin roestig geoxideerd, meer naar onderen is van oxidatie geen sprake. Het zand toont hier de typische licht grijsblauwe kleur die het gevolg is van reducerende omstandigheden.

Wat is het verhaal?

Allereerst is het bijzonder dat in een amper 2 meter hoog profiel afzettingen zichtbaar zijn uit drie achtereenvolgende ijstijden. In de tweede plaats is het verrassend dat ijstektonisch gestuwd zand uit het Elsterien zo hoog in het profiel aanwezig is. De verwachting was namelijk dat in de bovengrond alleen afzettingen van dekzand uit de tweede helft van het Weichselien en keileem uit de Saale-ijstijd aanwezig zouden zijn.

Tijdens de eerste vergletsjeringsfase van ons land tijdens de Saale-ijstijd zijn smeltwaterzanden uit het Elsterien (Elster-ijstijd) door stuwwerking van het landijs geplooid en scheefgesteld

Tijdens de eerste vergletsjeringsfase van ons land tijdens de Saale-ijstijd zijn smeltwaterzanden uit het Elsterien (Elster-ijstijd) door stuwwerking van het landijs geplooid en scheefgesteld

Opmerkelijk is de geringe dikte van zowel dekzand als keileem. Waarschijnlijk is een en ander aan de topografie van het terrein te danken. Naar het oosten, richting Bronneger loopt het terrein af naar de laagte tussen westelijke en oostelijke Hondsrugtak. In zuidoostelijke richting is het verval naar het beekdal van het Voorste Diep nog veel groter. Deze terreingesteldheid zal oorzaak zijn dat tenminste een deel van de keileemafzetting door erosie/afspoeling is verdwenen. Bekend is dat de keileem op de westelijke Hondsrugtak in en rond Borger een geringe dikte bezit. Veel meer dan een meter bedraagt de laagdikte doorgaans niet. Verder zou de hogere ligging van het gebied rond het Hunebedcentrum oorzaak kunnen zijn dat zich hier amper van dekzandvorming sprake was. Het meeste zand zal in het Weichselien van de hoger gelegen delen zijn weggeblazen, richting lager gelegen gebied, wellicht tot in het Hunzedal.

Overzicht van de oostwand in de bouwput met 1) dekzand uit de Weichsel-ijstijd, 2) roodbruine keileem uit de Saale-ijstijd en 3) smeltwaterzand uit de Elster-ijstijd.

Overzicht van de oostwand in de bouwput met 1) dekzand uit de Weichsel-ijstijd, 2) roodbruine keileem uit de Saale-ijstijd en 3) smeltwaterzand uit de Elster-ijstijd.

De roestkleurige keileem dankt zijn kleur aan roestvorming van ijzerhoudende bestanddelen. De keileem is vuursteenhoudend, hetgeen veelal het geval is op de westelijke Hondsrugtak. Het Hunebedcentrum ligt op deze Hondsrugtak. Dit in tegenstelling tot de oostelijke Hondsrugtak bij Bronneger, waar op de hogere delen vuursteen ontbreekt. De aan- of afwezigheid van vuursteen is gekoppeld aan twee soorten keileem die in het Hondsruggebied op de zandruggen voorkomen. Beide keileemtypen verschillen in zwerfsteeninhoud. Op de westelijke Hondsrugtak komt vuursteenvrije keileem veel minder voor of ontbreekt.

 De Saale-keileem is door verwering en uitloging roestbruin verweerd.

De Saale-keileem is door verwering en uitloging roestbruin verweerd.

Opmerkelijk is de aanwezigheid van ijstektonisch gestuwd zand uit de Formatie van Peelo (Elsterien). Hoewel niet zeker is of dit sterk gelaagde leemhoudende zand alleen aan de Elster-ijstijd toegerekend kan worden – er zijn ook meningen die deze leemhoudende zanden tot een vroege fase van het Saalien rekenen – bevestigt de plooiing van het zandpakket dat deze vervorming uit de eerste fase van de vergletsjering van ons land dateert. Nadat het Scandinavische landijs in het Saalien vanuit het noordoosten ons land binnenschoof, trad vertraging op omdat de aanvoer van ijs uit het noorden enige tijd stagneerde. Deze stilstandsfase heeft in tegenstelling tot eerdere opvattingen zich niet beperkt tot Oost-Groningen alleen. Het stagnerende ijs heeft voorbij het later ontstane Hunzedal ook Oost-Drenthe beïnvloed. De dynamiek van het heen en weer bewegende ijs heeft de ondergrond in heel Oost-Drenthe intensief gestuwd. Deze stuwingsverschijnselen waren enige tijd geleden op een indrukwekkende wijze langs de N34 bij de afslag naar Exloo ontsloten. Ook uit eerdere graafwerkzaamheden langs de N34 bij Borger en bij Gasselte kon worden vastgesteld dat zanden uit de Formatie van Peelo ook daar intensief ijstektonisch zijn verstoord. Dit beeld komt in wisselende intensiteit overal voor in de zandruggen in het Hondsruggebied in Oost-Drenthe.

 

IJstektonisch scheefgestelde fijnkorrelige smeltwaterzanden uit de Formatie van Peelo (Elster-ijstijd).

IJstektonisch scheefgestelde fijnkorrelige smeltwaterzanden uit de Formatie van Peelo (Elster-ijstijd).

De stuwing van bodemlagen door landijs in een vroege fase van de landijsbedekking van ons land is op verschillende plaatsen in Oost- en Noord-Drenthe aan het oppervlak merkbaar. Grindhoudend grof zand met talloze witte kwartsen, radiolarieten en zwarte lydieten van oostelijke herkomst zijn te vinden op zandpaden achter het land van Bartje rond de ‘droge pingoruïne’ van Ees. Ook op de heide in de buurt komen ze talrijk voor. Vergelijkbare omstandigheden vinden we bij Tynaarlo, Vries en op verschillende plaatsen in de omgeving van Roden en Norg. Grind en grof zand zijn door smeltwater in de Elster-ijstijd door verspoeling opgenomen uit nog oudere rivierafzettingen en elders, samen met eigen materiaal weer afgezet. Stuwing door landijs is oorzaak dat dit materiaal thans aan het oppervlak ligt.

De waarnemingen in een bouwput, hoe gering van omvang ook, maken duidelijk dat het beeld dat we van de ondergrond van de Hondsrug hebben, voortdurend op detailniveau moet worden bijgesteld. Weer, wind en klimaat hebben meer invloed op bodemafzettingen gehad dan wel gedacht.

 

Dit artikel is geschreven door Harry Huisman en eerder gepubliceerd op het Hunebed nieuwscafé https://www.hunebednieuwscafe.nl/2018/03/geologie-van-een-bouwput/