
Lezing: Ontwikkeling van de Oslo-slenk en de gesteenten die daar bij horen
Door: Maaike van Tooren
Maaike van Tooren is als onderzoeker en docent verbonden aan de TU Delft. Ze is ook verbonden aan het Mineralogisch Museum in Grou.
- Datum: vrijdag 19 december 2025
- Tijd: 20:00, de zaal is open vanaf 19:30
- Locatie: Hunebedcentrum Borger
Zie voor meer informatie over de locatie: https://gea-drenthe.nl/wie-zijn-we/locatie
Tijdens de afdelingsavond van 19 december verwelkomen wij geologe Maaike van Tooren voor een lezing over de ontwikkeling van de Oslo-slenk en de karakteristieke gesteenten die met dit unieke geologische gebied verbonden zijn. De Oslo-regio, gelegen in zuidelijk Noorwegen, vormt een van de meest intrigerende vulkanisch-tektonische structuren van Noordwest-Europa. De daar ontstane gesteenten zijn niet alleen wetenschappelijk relevant; zij komen ook als zwerfstenen in Noord-Nederland aan het oppervlak, meegenomen door het landijs van de Saale-ijstijd.

In grote delen van Drenthe, Friesland en Groningen kan men zwerfstenen aantreffen die zich onderscheiden door een ongewoon kleurenspel, bijzondere texturen of opvallende mineralogische samenstellingen. Deze stenen zijn afkomstig uit het gebied dat bekendstaat als het Oslo Rift Complex: een zone waar gedurende het Perm een omvangrijke vulkanische en magmatische activiteit plaatsvond. Door de oprekking van de aardkorst ontstond een reeks slenken en breuksystemen, wat leidde tot een opeenvolging van basaltische uitvloeiingen, syenitische intrusies en later ook rhyolitische erupties. Het is deze geodynamische context die de gesteenten uit de Oslo-omgeving zo’n uitgesproken karakter geeft.
Tijdens de Saale-ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden, bedekte een uitgestrekt landijsschild grote delen van Scandinavië. Het ijs schraapte over het Noorse landschap en nam brokstukken van de daar aanwezige gesteenten op. Deze werden vervolgens over honderden kilometers verplaatst en kwamen na het afsmelten van het ijs in Noord-Nederland terecht. Hierdoor beschikken wij tegenwoordig over een diversiteit aan zwerfstenen die direct herleidbaar zijn tot de geologische processen in de Oslo-regio.
In de lezing gaat Maaike van Tooren in op de vraag waarom de gesteenten uit het Oslo-gebied zo afwijkend zijn van die uit de omringende regio’s, hoe ze precies gevormd zijn en welke processen verantwoordelijk waren voor de extreme variaties in textuur en mineralogie. Daarnaast worden voorbeelden getoond van markante zwerfstenen die in het noordelijk Nederlands landschap gevonden kunnen worden.
Voorbeelden van Oslo-gesteenten die als zwerfsteen in Noord-Nederland voorkomen

- Larvikiet
Een van de bekendste gesteenten uit de regio. Deze monzonietische gesteentevariant staat bekend om zijn iriserende veldspaten (perthiet), die een blauwachtig, soms zilverachtig schijnsel vertonen. Het fenomeen wordt schiller genoemd. Larvikiet komt veelvuldig voor als zwerfsteen in Drenthe en is relatief goed herkenbaar. - Nordmarkiet
Een fijn- tot middelkristallijne syeniet, rijk aan kaliveldspaat en amfibool. De rood- tot rozige tinten vallen vaak direct op. Nordmarkiet vormt intrusies in de noordelijke zone van de Oslo-slenk en behoort tot de meest karakteristieke noorse syenieten. - Ekeriet
Een lichtgekleurde, vaak grijs-rozige rhyolietische gesteentevariant met een fijnkorrelige matrix en soms opvallende kwartsporfieren. Het gesteente is ontstaan tijdens explosieve vulkanische activiteit in het Perm. - Foyaïet (nefelien-syeniet)
Een alkalisch gesteente waarin naast kaliveldspaat ook nefelien voorkomt. Dit wijst op een silica-arme magmatische oorsprong. Foyaïet komt minder vaak als zwerfsteen voor, maar is een belangrijk gesteente voor het begrijpen van de magmatische differentiatie binnen de Oslo-slenk. - Rhombenporfier
Een van de meest karakteristieke gesteenten uit de Oslo-slenk is rhombenporfier, een vulkanisch gesteente dat direct verwijst naar het intense Permische vulkanisme in het gebied. Rhombenporfier wordt gekenmerkt door zijn opvallende, ruitvormige fenokristen van kaliveldspaat—de zogeheten rhombische veldspaten—die in een fijnkorrelige tot glasachtige matrix zijn ingebed. Deze fenokristen vertonen vaak een roze, roodbruine of lichtgrijze kleur en steken scherp af tegen de meestal donkerbruine tot paarsachtige grondmassa. De ruitvormige kristallen ontstaan door specifieke kristallisatiecondities in het magmatische systeem, waarbij langzame groei afwisselt met snelle afkoeling tijdens explosieve erupties. Rhombenporfier komt als zwerfsteen in Noord-Nederland niet zo vaak voor.

Meer informatie:
- Overzicht van Noorse magmatische gesteenten en de Oslo Rift:
https://www.ngu.no/en - Informatieve pagina’s over zwerfstenen in Nederland:
https://www.stenenzoeken.nl/gidsgesteenten-1/oslo-gebied-noorwegen - Nog een pagina over de Oslo slenk en de zwerfstenen die hier vandaan komen.
https://www.zwerfsteenweb.nl/steensoorten/oslogebied/

