Geo reizen 2017
4 februari 2017
Groot zwerfblok van porfierisch graniet, Emmerschans
Zwerfstenen
9 maart 2017
Laat alles zien

Drenthe barst van de keien

Het Hondsruggebied met zijn zand/keileemrugen is rijk aan zwerfkeien. Op de foto een grote hoop zwerfstenen bij Borger (Dr.).

Drenthe barst van de keien

Nederland is voornamelijk plat, groen en nat

Bergen kom je in ons land niet tegen. Nederland is voornamelijk plat, groen en nat. En rotsen? Ook niet. Hier is het allemaal zand, veen en klei. Vroeger dacht men wel dat de keien in de grond groeiden, maar dat bleek ook een fabeltje. Waar we wel veel harde rotsen en ook bergen vinden? In Scandinavië vooral. En wat blijkt? De rotssoorten daar lijken veel op onze zwerfkeien. Daar komen ze dus vandaan.

Het gletsjerijs heeft in de ijstijd heel wat meters gesteente van de keiharde rotsondergrond in Scandinavië afgebroken en afgeschuurd. Stenen, gruis en slijpsel werden door het ijs meegevoerd naar ons land.

 

Barre tijden
Dat er ijstijden zijn geweest, weet onderhand iedereen. We leven in een ijstijdperiode, al 2,5 miljoen jaar. Niet dat het al die tijd steenkoud was, koudeperioden wisselden af met warmere intervallen, waarin het klimaat opwarmde. In zo’n relatief warme periode leven wij thans.

 

In het warme interglaciaal van het Eemien, ca. 120.000 jaar geleden, was het een ietsje warmer dan thans. De zeespiegel stond toen ca. 7 meter hoger dan thans. Amersfoort had in het Eemien aan zee gelegen. Ons land was toen voor een deel althans bedekt door weelderige bossen, waarin ook naaldbomen als zilverden en spar voorkwamen.

 

In ijstijden had je barre en zeer barre episodes. Wat het niet zo vreselijk koud dan zag het landschap er uit zoals op de foto: een schaars begroeide boomtoendra.

De voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden was een bar koude tijd. Heel Noord- en Noordwest-Europa was bedekt onder een enorm dik pakket ijs. Het ijs was het dikst in Scandinavië, zo’n drie tot vierduizend meter! Op het laatst van deze Saale-ijstijd maakte Noord-Nederland ook kennis met het Scandinavische ijs. Tot de lijn Leiden – Nijmegen was Nederland duizenden jaren lang bedolven onder een laag ijs van vele honderden meters.

 

De noordelijke helft van Nederland was in de Saale-ijstijd 10.000 tot 20.000 jaar met ijs bedekt. De uiterste zuidgrens van het ijs reikte tot de lijn Leiden – Nijmegen.

De grootste transportonderneming aller tijden

We spreken vaak over gletsjers, maar als die aaneengroeien tot een ijsdek zoals op Groenland, dan noemen we dit landijs. Het landijs bewoog in Scandinavië heel langzaam alle kanten op. Het ijs bij ons kwam vooral via de Oostzee en Zuid-Zweden naar ons toe.

 

Tijdens de Saale-ijstijd was vrijwel geheel Noordwest-Europa duizenden jaren lang bedekt door Scandinavisch landijs.

 

Het ijs werkte daarbij als een enorme schaaf- en schuurmachine. Van de keiharde rotsondergrond werden heel wat meters afgeschuurd en losgebroken. Gruis en steenbrokken werden samen met onderweg opgenomen zand, grind en stenen meegevoerd. Bij dit transport schuurden de steenbrokken elkaar af tot afgeronde keien. Toen het bij ons uiteindelijk weer warmer werd smolt de ijsmassa vrij snel weg. Het meegevoerde gletsjerpuin bleef hier achter. Deze laag met klei, zand, grind en stenen noemen we keileem.

 

Keileem met grote zwerfstenen van graniet in een zandgroeve bij Emmerschans (Dr.)

 

Keileem op de Hondsrug
 In het Hondsruggebied is vooral op de zandruggen op veel plaatsen keileem aanwezig, op veel plaatsen ook niet. Daar vinden we alleen stenen. De keileem is in de laatste ijstijd op grote schaal door weer en wind geërodeerd en verdwenen. Op plaatsen waar het wel aanwezig is, bereikt de laag soms dikten van vele meters. Bij Gieten is de keileemlaag ruim 7 meter dik.

 

Keileem komt in heel Noord-Nederland voor. Op de Hondsrug vormt de keileem op sommige plaatsen, zoals hier bij Gieten, een metersdikke laag. Daarin zitten veel stenen.

 

Het Hondsruggebied met zijn zand/keileemrugen is rijk aan zwerfkeien. Op de foto een grote hoop zwerfstenen bij Borger (Dr.).

 

Bij Nieuw-Dordrecht, op de oostelijke tak van de Hondsrug, kwamen bij de aanleg van de vaarverbinding tussen Erica en Ter Apel enorm veel grote zwerfstenen te voorschijn. Het waren vooral granieten en metamorfe gesteenten als gneis.

 

Keileem bevat veel stenen, soms heel erg veel. Dit laatste is vooral op de oostelijke delen van de Hondsrug het geval. Zezitten – of zaten – met miljoenen in de bodem. Sommige van die keien zijn enorme steenblokken van duizenden kilo’s zwaar. Zij vormden het voornaamste bouwmateriaal waar de trechterbekermensen zo’n 5000 jaar geleden hunebedden van bouwden. het vervoer van deze steenkolossen moet een flinke inspanning zijn geweest. Of misschien ook niet, wellicht kenden zij foefjes en technieken om dit makkelijker te doen dan wij denken. Keileem is dus de bronlaag in de bodem van Drenthe waaruit alle keien komen.

 

Hunebedden bestaan vooral uit grote granieten keien. De trechterbekermensen hebben deze ca. 5000 jaar geleden in hun woonomgeving opgegraven en getransporteerd. Hoewel niet zeker hoe ze de zware keien vervoerd hebben, is wel duidelijk dat sommige stenen over een afstand van ca. 3-4 kilometer moeten zijn getransporteerd.

Een artikel van Harry Huisman